In 1927 was het een technologisch hoogstandje: de lift. Je kon ineens razendsnel tussen verdiepingen reizen, zonder veel energie te verbranden in het trappenhuis. (Precies de reden waarom de stappenteller ons tegenwoordig juist richting die trap dwingt.) Omdat liften nog geen standaardsnelheid en vaste stops hadden, ontstond het beroep van liftbediende (op de foto zie je zo’n liftgirl). Dat vonden ze toen een baan van de toekomst, maar inmiddels zie je ze gek genoeg nergens meer. Door nieuwe technologie ontstaan en verdwijnen banen. Dat gegeven is misschien wel de enige constante.
“Door AI zullen 300 miljoen banen verdwijnen.” Voer voor krantenkoppen en doemdenkers (zie ook deze eerdere blogpost). Wat er niet bij wordt verteld, is dat er zeer waarschijnlijk ook veel banen bij gaan komen. Economen bij Deloitte hebben daar historisch onderzoek naar gedaan en concluderen: “rather than destroying jobs, technology has been a great job-creating machine.” Waarom? Een deel van het antwoord is dat “technology has increased spending power, therefore creating new demand and new jobs”. Technologie maakte producten goedkoper, waardoor mensen meer konden kopen en dat zorgde weer voor meer banen.
Dat doet niets af aan het feit dat voor sommige beroepen het doek zal vallen. Wie nu de hele dag jaarverslagen controleert (toevallig ook Deloitte), eenvoudig programmeerwerk doet, stemacteur is of quizvragen bij lesmethodes bedenkt (doen uitgevers nu al met AI), loopt grote kans om de liftgirl achterna te gaan. Maar laat je niet te snel uit het veld slaan. Het punt is dat je bij een nieuwe technologie altijd eerder ziet welke banen er mogelijk gaan verdwijnen, om de simpele reden dat die banen er al zijn. Moeilijker is het om te voorspellen welke banen er bij gaan komen. Die moeten immers nog worden uitgevonden. Wie had gedacht dat in 2024 prompt engineer een beroep zou zijn? Toch sleutelen nu legio mensen aan prompts om ChatGPT precies te laten doen wat jij wilt.
Hoe gaat de toekomst er uitzien als de AI wind of change is uitgewaaid? Elke baan waarin nu met een computer wordt gewerkt, zal sterk veranderen of (deels) verdwijnen. En dat zijn er best veel, want wie heeft in zijn werk niet direct of indirect met een computer te maken? Het goede nieuws is dat we het arbeidspotentieel dat vrijkomt, prima kunnen gebruiken in onze vergrijzende samenleving. (Eerder schreef ik al over de uitstervende leraar.) Maar stel dat het nog harder gaat met die AI en we veel dingen niet meer zelf hoeven te doen. Was het idee niet ooit dat we in de toekomst minder zouden werken? Door technologie zouden we toch productiever worden en hetzelfde werk in veel minder tijd doen? De econoom John Maynard Keynes voorspelde al in 1930 een toekomst met een 15-urige werkweek en een zee van vrije tijd. Breekt die toekomst dan nu eindelijk aan? Rutger Bregman schrijft in dit artikel: “Minder werken is de vergeten droom van de twintigste eeuw.” Misschien kunnen we die droom eens nieuw leven in gaan blazen.
(De foto bij deze blogpost is gemaakt bij de expositie RetroFuture.)


Geef een reactie