Future of futures?

‘Heb je die poster ook gezien?’ vroeg een collega laatst. ‘Jij zegt toch altijd dat het futures in plaats van future moet zijn?’ Een scherpe observatie van haar. Ooit dacht ik dat er maar één toekomst is, net zoals er één verleden is. Maar als futures thinker heb ik inmiddels geleerd dat je je opties open moet houden. De toekomst bestaat niet, er zijn altijd meerdere toekomsten voorstelbaar. Toekomst(en)denken is zeker niet eenvoudig (tip: dit is een goede en leuke beginnerscursus), maar geeft wel ruimte voor een andere, betere toekomst dan het heden. Het motto van futures thinking zou dan ook kunnen zijn: makkelijker kunnen we het niet maken, wel leuker.

Het verleden heeft geen meervoud; het ligt vast in archieven, verhalen, beelden of dagboeken. Voor de toekomst is dat anders, want alle opties liggen nog open. (Daarom heet deze SCP-publicatie over onze samenleving in 2050 ook De toekomst in meervoud.) Hoe verder de toekomst in, hoe groter het aantal toekomst-opties. Je zou er nog keuzestress van krijgen. De futures cone (zie dit eerdere artikel) laat dit mooi zien: de kegel begint klein in het heden en eindigt in de toekomst met een breed pallet aan opties. Futures thinkers hebben het daarom altijd over futures, toekomsten. Het vakgebied heet futures & foresight, het onderzoeksveld futures studies. En er is een futures literacy programma (’toekomstengeletterdheid’, mooi scrabblewoord) van UNESCO, waarbij mensen leren om toekomsten te verbeelden en zo anders naar het heden te kijken. (Futures thinkers hebben het ook wel over ‘door de lens van de toekomst naar het heden kijken’.)

Niet alleen het aantal opties wordt groter naarmate je verder de toekomst in denkt (bij futures thinking is dat vaak 10-15 jaar of meer), maar ook de mogelijke afwijking van het heden. Mensen trekken het heden vaak door naar de toekomst, want ‘het zal in grote lijnen wel zo blijven als het is’. Of ze zien het somber in en denken dat alles slechter wordt. Zo’n eendimensionaal toekomstbeeld heeft twee nadelen: je loopt het risico van tunnelvisie (je ziet de alternatieve scenario’s niet) en je verkleint je handelingsperspectief (want ‘er verandert toch niks’ of ‘het wordt toch niks’).

En daar komt het woord makers op de poster om de hoek kijken. Wat is dat eigenlijk, een future maker? Zijn we niet allemaal toekomstmakers? Zijn er mensen die meer toekomst maken dan anderen? Gaat het hier om het maken van een andere, betere toekomst dan het heden, in de zin van een preferred future, een toekomst die je graag zou willen bereiken? (En is dat dan een toekomst van kamerplanten, koeien en AI zoals de poster suggereert?)

Feit is dat wie geen afwijkende toekomstopties ziet, ook geen toekomstmaker kan zijn. Want het kan altijd heel anders lopen dan jij denkt (kijk maar eens tien jaar terug in je leven). Niemand weet of die toekomst ook uit gaat komen. Je kunt de toekomst nu eenmaal niet voorspellen. Maar zeker is dat je er wel invloed op kunt hebben (denk maar aan de keuzes die je in je leven hebt gemaakt). ‘The future cannot be predicted, but futures can be invented‘, zegt Dennis Gabor dan ook in zijn boek Inventing the Future.

Future of futures: sommige futures thinkers maken er een enorm punt van. Zelf zou ik zeggen: zolang die toekomsten in enkelvoud of meervoud maar leiden tot één mooi verleden. Makkelijker kunnen we het niet maken, wel leuker.


Geplaatst

in

door

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *