years in political programs Netherlands

Hoe ver kijken partijen vooruit?

Eerder onderzocht ik hoe vaak het woord ’toekomst’ voorkomt in verkiezingsprogramma’s (zie dit artikel). Het bleek dat toekomstgerichte, progressieve(re) partijen het woord ’toekomst’ over het algemeen vaker gebruiken dan conservatieve(re) partijen. Maar ’toekomst’ is heel breed en algemeen: het zegt weinig over hoe ver je die toekomst in kijkt of hoe concreet je daarbij bent. Daarom zoom ik deze keer in op jaartallen in de verkiezingsprogramma’s van partijen.

Hoe kleuren de partijen het lege canvas van de toekomst in? Hoe concreet zijn ze en hoe ver kijken ze vooruit? Om op die vragen een antwoord te kunnen geven, heb ik in 15 verkiezingsprogramma’s gezocht naar jaartallen. Ik heb alleen jaartallen meegeteld die aan duidelijke beleidsdoelen gekoppeld zijn, zoals “economie circulair in 2050” of “waterkeringen voldoen in 2050 aan de nieuwste normen”. Jaartallen die meerdere keren worden genoemd of niet-relevante jaartallen (bijvoorbeeld in titels van rapporten of bronnen) heb ik niet meegenomen. Vervolgens heb ik de jaartallen per partij ingedeeld in de korte termijn (groen, 2026-2030), middellange termijn (geel, 2031-2040) en lange termijn (rood, 2041-2050). Alle jaartallen vielen in die periodes, met uitzondering van 2100 (bij Volt, blauw).

Vanuit het idee ‘hoe verder vooruit, hoe beter’ heb ik daarna een ranglijst gemaakt die lijkt op een medaillespiegel. Bovenaan staan partijen met veel jaartallen op de lange termijn (goud). Daarna telt het aantal jaartallen op de middellange termijn (zilver) en dan pas de korte termijn (brons).

Wat valt op in de ranglijst?

  • Volt staat strak bovenaan. De partij kijkt niet alleen het verste vooruit (blauwe buitencategorie: 2100) maar heeft ook de meeste jaartallen (29) en de meeste jaartallen op de middellange (9) en korte termijn (17).
  • Onderaan staat 50Plus met 0 jaartallen. PVV en FvD noemen slechts 1 jaartal in hun programma.
  • Bovenin de lijst staan vooral progressieve(re) partijen; onderin de lijst vooral conservatieve(re) partijen.
  • De PvdD staat als enige progressieve partij onderin de lijst. De partij heeft dan ook geen jaartallen op de lange termijn (maar wel veel jaartallen op de korte termijn: 16).

De verschillen met de eerdere ’toekomst’-ranglijst (zie dit eerdere artikel) zijn niet groot. De misschien weinig verrassende conclusie is dan ook dat (meestal progressieve) partijen met veel ’toekomst’ in hun programma, over het algemeen ook vaker en verder vooruitkijken in jaartallen. Andersom geldt ook dat (meestal conservatieve) partijen die het woord ’toekomst’ minder gebruiken ook minder vaak en minder ver vooruitkijken.

Er zijn een paar uitzonderingen:

  • CDA, BBB en NSC gebruiken het woord ‘toekomst’ relatief weinig, maar staan hoger in deze lijst van vooruitkijken in jaartallen. Zou het kunnen dat voor deze partijen geldt: ‘geen woorden, maar daden’?
  • Bij SP en VVD is het precies andersom: zij gebruiken ’toekomst’ veel in hun programma’s, maar noemen minder concrete jaartallen bij het vooruitkijken. Betekent dat veel woorden, maar weinig daden?
  • De PvdD staat bijna onderaan: die partij gebruikt het woord ‘toekomst’ redelijk veel, maar kijkt (in jaartallen) niet naar de lange termijn en vooral naar de korte termijn.

Na twee toekomstpeilingen is duidelijk dat er heel wat toekomst in woorden en daden in de verkiezingsprogramma’s zit. Partijen willen ook verder vooruitkijken, zelfs tot 2100. En dat is volgens de Duitse strateeg en toekomstonderzoeker Florence Gaub (2023) belangrijk, want juist de politiek heeft een grote verantwoordelijkheid als het gaat om het bieden van opties voor de toekomst. Hoe meer opties mensen zien, hoe meer handelingsruimte ze ervaren, hoe optimistischer ze worden over de toekomst. En dat kunnen we in deze onzekere tijden goed gebruiken.


Geplaatst

in

door

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *